Antwoorden

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikantwoordantwoorddeheb geantwoord
jij, je, uantwoordtantwoorddehebt geantwoord
hij, zij, hetantwoordtantwoorddeheeft geantwoord
wijantwoordenantwoorddenhebben geantwoord
jullieantwoordenantwoorddenhebben geantwoord
zij, zeantwoordenantwoorddenhebben geantwoord