Melken

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikmelkmelkte;molkheb gemolken
jij, je, umelktmelkte;molkhebt gemolken
hij, zij, hetmelktmelkte;molkheeft gemolken
wijmelkenmelkten;molkenhebben gemolken
julliemelkenmelkten;molkenhebben gemolken
zij, zemelkenmelkten;molkenhebben gemolken