Mevrouwen

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikmevrouwmevrouwdeheb gemevrouwd
jij, je, umevrouwtmevrouwdehebt gemevrouwd
hij, zij, hetmevrouwtmevrouwdeheeft gemevrouwd
wijmevrouwenmevrouwdenhebben gemevrouwd
julliemevrouwenmevrouwdenhebben gemevrouwd
zij, zemevrouwenmevrouwdenhebben gemevrouwd