Middelen

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikmiddelmiddeldeheb gemiddeld
jij, je, umiddeltmiddeldehebt gemiddeld
hij, zij, hetmiddeltmiddeldeheeft gemiddeld
wijmiddelenmiddeldenhebben gemiddeld
julliemiddelenmiddeldenhebben gemiddeld
zij, zemiddelenmiddeldenhebben gemiddeld