Miegen

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikmiegmiegdeheb gemiegd
jij, je, umiegtmiegdehebt gemiegd
hij, zij, hetmiegtmiegdeheeft gemiegd
wijmiegenmiegdenhebben gemiegd
julliemiegenmiegdenhebben gemiegd
zij, zemiegenmiegdenhebben gemiegd