Misduiden

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikmisduidmisduiddeheb misduid
jij, je, umisduidtmisduiddehebt misduid
hij, zij, hetmisduidtmisduiddeheeft misduid
wijmisduidenmisduiddenhebben misduid
julliemisduidenmisduiddenhebben misduid
zij, zemisduidenmisduiddenhebben misduid