Misgunnen

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikmisgunmisgundeheb misgund
jij, je, umisguntmisgundehebt misgund
hij, zij, hetmisguntmisgundeheeft misgund
wijmisgunnenmisgundenhebben misgund
julliemisgunnenmisgundenhebben misgund
zij, zemisgunnenmisgundenhebben misgund