Modelleren

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikmodelleermodelleerdeheb gemodelleerd
jij, je, umodelleertmodelleerdehebt gemodelleerd
hij, zij, hetmodelleertmodelleerdeheeft gemodelleerd
wijmodellerenmodelleerdenhebben gemodelleerd
julliemodellerenmodelleerdenhebben gemodelleerd
zij, zemodellerenmodelleerdenhebben gemodelleerd