Motorren

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikmotormotordeheb gemotord
jij, je, umotortmotordehebt gemotord
hij, zij, hetmotortmotordeheeft gemotord
wijmotorrenmotordenhebben gemotord
julliemotorrenmotordenhebben gemotord
zij, zemotorrenmotordenhebben gemotord