Natten

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
iknatnatteheb genat
jij, je, unatnattehebt genat
hij, zij, hetnatnatteheeft genat
wijnattennattenhebben genat
jullienattennattenhebben genat
zij, zenattennattenhebben genat