Ontmaagden

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikontmaagdontmaagddeheb ontmaagd
jij, je, uontmaagdtontmaagddehebt ontmaagd
hij, zij, hetontmaagdtontmaagddeheeft ontmaagd
wijontmaagdenontmaagddenhebben ontmaagd
jullieontmaagdenontmaagddenhebben ontmaagd
zij, zeontmaagdenontmaagddenhebben ontmaagd