Onttronen

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikonttroononttroondeheb onttroond
jij, je, uonttroontonttroondehebt onttroond
hij, zij, hetonttroontonttroondeheeft onttroond
wijonttronenonttroondenhebben onttroond
jullieonttronenonttroondenhebben onttroond
zij, zeonttronenonttroondenhebben onttroond