Opduiken

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikduik opdook opben opgedoken
jij, je, uduikt opdook opbent opgedoken
hij, zij, hetduikt opdook opis opgedoken
wijduiken opdoken opzijn opgedoken
jullieduiken opdoken opzijn opgedoken
zij, zeduiken opdoken opzijn opgedoken