Aandiepen

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikdiep aandiepte aanheb aangediept
jij, je, udiept aandiepte aanhebt aangediept
hij, zij, hetdiept aandiepte aanheeft aangediept
wijdiepen aandiepten aanhebben aangediept
julliediepen aandiepten aanhebben aangediept
zij, zediepen aandiepten aanhebben aangediept