Alkyleren

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikalkyleeralkyleerdeheb gealkyleerd
jij, je, ualkyleertalkyleerdehebt gealkyleerd
hij, zij, hetalkyleertalkyleerdeheeft gealkyleerd
wijalkylerenalkyleerdenhebben gealkyleerd
julliealkylerenalkyleerdenhebben gealkyleerd
zij, zealkylerenalkyleerdenhebben gealkyleerd