Alpineskiën

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikalpineskialpineskiedeheb gealpineskied
jij, je, ualpineskietalpineskiedehebt gealpineskied
hij, zij, hetalpineskietalpineskiedeheeft gealpineskied
wijalpineskiënalpineskiedenhebben gealpineskied
julliealpineskiënalpineskiedenhebben gealpineskied
zij, zealpineskiënalpineskiedenhebben gealpineskied