Aluminiseren

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikaluminiseeraluminiseerdeheb gealuminiseerd
jij, je, ualuminiseertaluminiseerdehebt gealuminiseerd
hij, zij, hetaluminiseertaluminiseerdeheeft gealuminiseerd
wijaluminiserenaluminiseerdenhebben gealuminiseerd
julliealuminiserenaluminiseerdenhebben gealuminiseerd
zij, zealuminiserenaluminiseerdenhebben gealuminiseerd