Amuseren

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikamuseeramuseerdeheb geamuseerd
jij, je, uamuseertamuseerdehebt geamuseerd
hij, zij, hetamuseertamuseerdeheeft geamuseerd
wijamuserenamuseerdenhebben geamuseerd
jullieamuserenamuseerdenhebben geamuseerd
zij, zeamuserenamuseerdenhebben geamuseerd