Archiveren

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikarchiveerarchiveerdeheb gearchiveerd
jij, je, uarchiveertarchiveerdehebt gearchiveerd
hij, zij, hetarchiveertarchiveerdeheeft gearchiveerd
wijarchiverenarchiveerdenhebben gearchiveerd
julliearchiverenarchiveerdenhebben gearchiveerd
zij, zearchiverenarchiveerdenhebben gearchiveerd