briefen

Conjugations List of Briefen.
Presens
Imperfectum
Perfectum
ikbriefbriefteheb gebrieft
jij, je, ubrieftbrieftehebt gebrieft
hij, zij, hetbrieftbriefteheeft gebrieft
wijbriefenbrieftenhebben gebrieft
julliebriefenbrieftenhebben gebrieft
zij, zebriefenbrieftenhebben gebrieft

Presens

Example presens sentences for Briefen with some of the pronouns.

  • Ik brief mijn collega regelmatig over de voortgang van het project.
  • Jij brieft de teamleden elke ochtend over de taken van de dag.
  • Hij/zij/het briefed de directeur over de resultaten van het onderzoek.
  • Wij briefen onze klanten altijd zorgvuldig over nieuwe producten.
  • Jullie briefen ons over de beslissingen die genomen zijn tijdens de vergadering.

Imperfectum

Example imperfectum sentences for Briefen with some of the pronouns.

  • Ik briefte gisteren mijn collega over de wijzigingen in het plan.
  • Jij briefte vorige week je manager over het probleem met de levering.
  • Hij/zij/het brichtte de klant vorige maand over de vertraging in de levering.
  • Wij brieften de medewerkers regelmatig tijdens het project.
  • Jullie brieften ons over de nieuwe ontwikkelingen in de markt.

Perfectum

Example perfectum sentences for Briefen with some of the pronouns.

  • Ik heb mijn collega vandaag bijgebriefd over de laatste stand van zaken.
  • Jij hebt de teamleden al geïnformeerd over de wijzigingen in het schema.
  • Hij/zij/het heeft de directeur op de hoogte gesteld van de nieuwe strategie.
  • Wij hebben onze klanten regelmatig gebriefd over de updates van het product.
  • Jullie hebben ons uitvoerig gebriefd over de resultaten van het onderzoek.