Kwalificeren

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikkwalificeerkwalificeerdeheb gekwalificeerd
jij, je, ukwalificeertkwalificeerdehebt gekwalificeerd
hij, zij, hetkwalificeertkwalificeerdeheeft gekwalificeerd
wijkwalificerenkwalificeerdenhebben gekwalificeerd
julliekwalificerenkwalificeerdenhebben gekwalificeerd
zij, zekwalificerenkwalificeerdenhebben gekwalificeerd