Kwartetten

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikkwartetkwartetteheb gekwartet
jij, je, ukwartetkwartettehebt gekwartet
hij, zij, hetkwartetkwartetteheeft gekwartet
wijkwartettenkwartettenhebben gekwartet
julliekwartettenkwartettenhebben gekwartet
zij, zekwartettenkwartettenhebben gekwartet