Latiniseren

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
iklatiniseerlatiniseerdeheb gelatiniseerd
jij, je, ulatiniseertlatiniseerdehebt gelatiniseerd
hij, zij, hetlatiniseertlatiniseerdeheeft gelatiniseerd
wijlatiniserenlatiniseerdenhebben gelatiniseerd
jullielatiniserenlatiniseerdenhebben gelatiniseerd
zij, zelatiniserenlatiniseerdenhebben gelatiniseerd