Lekken

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikleklekteheb gelekt
jij, je, ulektlektehebt gelekt
hij, zij, hetlektlekteheeft gelekt
wijlekkenlektenhebben gelekt
jullielekkenlektenhebben gelekt
zij, zelekkenlektenhebben gelekt