Letten

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikletletteheb gelet
jij, je, uletlettehebt gelet
hij, zij, hetletletteheeft gelet
wijlettenlettenhebben gelet
jullielettenlettenhebben gelet
zij, zelettenlettenhebben gelet