Logenstraffen

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
iklogenstraflogenstrafteheb gelogenstraft
jij, je, ulogenstraftlogenstraftehebt gelogenstraft
hij, zij, hetlogenstraftlogenstrafteheeft gelogenstraft
wijlogenstraffenlogenstraftenhebben gelogenstraft
jullielogenstraffenlogenstraftenhebben gelogenstraft
zij, zelogenstraffenlogenstraftenhebben gelogenstraft