Looien

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
iklooilooideheb gelooid
jij, je, ulooitlooidehebt gelooid
hij, zij, hetlooitlooideheeft gelooid
wijlooienlooidenhebben gelooid
jullielooienlooidenhebben gelooid
zij, zelooienlooidenhebben gelooid