Managen

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikmanagemanagedeheb gemanaged
jij, je, umanagetmanagedehebt gemanaged
hij, zij, hetmanagetmanagedeheeft gemanaged
wijmanagenmanagedenhebben gemanaged
julliemanagenmanagedenhebben gemanaged
zij, zemanagenmanagedenhebben gemanaged