Microfilmen

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikmicrofilmmicrofilmdeheb gemicrofilmd
jij, je, umicrofilmtmicrofilmdehebt gemicrofilmd
hij, zij, hetmicrofilmtmicrofilmdeheeft gemicrofilmd
wijmicrofilmenmicrofilmdenhebben gemicrofilmd
julliemicrofilmenmicrofilmdenhebben gemicrofilmd
zij, zemicrofilmenmicrofilmdenhebben gemicrofilmd