Militariseren

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikmilitariseermilitariseerdeheb gemilitariseerd
jij, je, umilitariseertmilitariseerdehebt gemilitariseerd
hij, zij, hetmilitariseertmilitariseerdeheeft gemilitariseerd
wijmilitariserenmilitariseerdenhebben gemilitariseerd
julliemilitariserenmilitariseerdenhebben gemilitariseerd
zij, zemilitariserenmilitariseerdenhebben gemilitariseerd