Mineraliseren

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikmineraliseermineraliseerdeheb gemineraliseerd
jij, je, umineraliseertmineraliseerdehebt gemineraliseerd
hij, zij, hetmineraliseertmineraliseerdeheeft gemineraliseerd
wijmineraliserenmineraliseerdenhebben gemineraliseerd
julliemineraliserenmineraliseerdenhebben gemineraliseerd
zij, zemineraliserenmineraliseerdenhebben gemineraliseerd