Mixen

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikmixmixteheb gemixt
jij, je, umixtmixtehebt gemixt
hij, zij, hetmixtmixteheeft gemixt
wijmixenmixtenhebben gemixt
julliemixenmixtenhebben gemixt
zij, zemixenmixtenhebben gemixt