Name

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikpresent_1past_1pre_perfect_1
jij, je, upresent_2past_2pre_perfect_2
hij, zij, hetpresent_3past_3pre_perfect_3
wijpresent_4past_4pre_perfect_4
julliepresent_5past_5pre_perfect_5
zij, zepresent_6past_6pre_perfect_6