Neppen

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
iknepnepteheb genept
jij, je, uneptneptehebt genept
hij, zij, hetneptnepteheeft genept
wijneppenneptenhebben genept
jullieneppenneptenhebben genept
zij, zeneppenneptenhebben genept