Onderdoorspelen

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikspeel onderdoorspeelde onderdoorheb onderdoorgespeeld
jij, je, uspeelt onderdoorspeelde onderdoorhebt onderdoorgespeeld
hij, zij, hetspeelt onderdoorspeelde onderdoorheeft onderdoorgespeeld
wijspelen onderdoorspeelden onderdoorhebben onderdoorgespeeld
julliespelen onderdoorspeelden onderdoorhebben onderdoorgespeeld
zij, zespelen onderdoorspeelden onderdoorhebben onderdoorgespeeld