Onderhandelen

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikonderhandelonderhandeldeheb onderhandeld
jij, je, uonderhandeltonderhandeldehebt onderhandeld
hij, zij, hetonderhandeltonderhandeldeheeft onderhandeld
wijonderhandelenonderhandeldenhebben onderhandeld
jullieonderhandelenonderhandeldenhebben onderhandeld
zij, zeonderhandelenonderhandeldenhebben onderhandeld