Ondertekenen

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikondertekenondertekendeheb ondertekend
jij, je, uondertekentondertekendehebt ondertekend
hij, zij, hetondertekentondertekendeheeft ondertekend
wijondertekenenondertekendenhebben ondertekend
jullieondertekenenondertekendenhebben ondertekend
zij, zeondertekenenondertekendenhebben ondertekend