Ontkrachten

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikontkrachtontkrachtteheb ontkracht
jij, je, uontkrachtontkrachttehebt ontkracht
hij, zij, hetontkrachtontkrachtteheeft ontkracht
wijontkrachtenontkrachttenhebben ontkracht
jullieontkrachtenontkrachttenhebben ontkracht
zij, zeontkrachtenontkrachttenhebben ontkracht