Ontmythologiseren

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikontmythologiseerontmythologiseerdeheb ontmythologiseerd
jij, je, uontmythologiseertontmythologiseerdehebt ontmythologiseerd
hij, zij, hetontmythologiseertontmythologiseerdeheeft ontmythologiseerd
wijontmythologiserenontmythologiseerdenhebben ontmythologiseerd
jullieontmythologiserenontmythologiseerdenhebben ontmythologiseerd
zij, zeontmythologiserenontmythologiseerdenhebben ontmythologiseerd