Ontrusten

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikontrustontrustteheb ontrust
jij, je, uontrustontrusttehebt ontrust
hij, zij, hetontrustontrustteheeft ontrust
wijontrustenontrusttenhebben ontrust
jullieontrustenontrusttenhebben ontrust
zij, zeontrustenontrusttenhebben ontrust