Ontvrienden

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikontvriendontvrienddeheb ontvriend
jij, je, uontvriendtontvrienddehebt ontvriend
hij, zij, hetontvriendtontvrienddeheeft ontvriend
wijontvriendenontvrienddenhebben ontvriend
jullieontvriendenontvrienddenhebben ontvriend
zij, zeontvriendenontvrienddenhebben ontvriend