Ontwapenen

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikontwapenontwapendeheb ontwapend
jij, je, uontwapentontwapendehebt ontwapend
hij, zij, hetontwapentontwapendeheeft ontwapend
wijontwapenenontwapendenhebben ontwapend
jullieontwapenenontwapendenhebben ontwapend
zij, zeontwapenenontwapendenhebben ontwapend