Verhongeren

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikverhongerverhongerdeben verhongerd
jij, je, uverhongertverhongerdebent verhongerd
hij, zij, hetverhongertverhongerdeis verhongerd
wijverhongerenverhongerdenzijn verhongerd
jullieverhongerenverhongerdenzijn verhongerd
zij, zeverhongerenverhongerdenzijn verhongerd