Vermiljoenen

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikvermiljoenvermiljoendeheb gevermiljoend
jij, je, uvermiljoentvermiljoendehebt gevermiljoend
hij, zij, hetvermiljoentvermiljoendeheeft gevermiljoend
wijvermiljoenenvermiljoendenhebben gevermiljoend
jullievermiljoenenvermiljoendenhebben gevermiljoend
zij, zevermiljoenenvermiljoendenhebben gevermiljoend