Vermissen

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikvermisvermisteheb vermist
jij, je, uvermistvermistehebt vermist
hij, zij, hetvermistvermisteheeft vermist
wijvermissenvermistenhebben vermist
jullievermissenvermistenhebben vermist
zij, zevermissenvermistenhebben vermist