verpulveren
| Presens | Imperfectum | Perfectum | |
|---|---|---|---|
| ik | verpulver | verpulverde | heb verpulverd |
| jij, je, u | verpulvert | verpulverde | hebt verpulverd |
| hij, zij, het | verpulvert | verpulverde | heeft verpulverd |
| wij | verpulveren | verpulverden | hebben verpulverd |
| jullie | verpulveren | verpulverden | hebben verpulverd |
| zij, ze | verpulveren | verpulverden | hebben verpulverd |
Presens
Example presens sentences for Verpulveren with some of the pronouns.
- Ik verpulver
- Jij verpulvert
- Hij/Zij/Het verpulvert
- Wij verpulveren
- Jullie verpulveren
Imperfectum
Example imperfectum sentences for Verpulveren with some of the pronouns.
- Ik verpulverde
- Jij verpulverde
- Hij/Zij/Het verpulverde
- Wij verpulverden
- Jullie verpulverden
Perfectum
Example perfectum sentences for Verpulveren with some of the pronouns.
- Ik heb verpulverd
- Jij hebt verpulverd
- Hij/Zij/Het heeft verpulverd
- Wij hebben verpulverd
- Jullie hebben verpulverd