Versieren

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikversierversierdeheb versierd
jij, je, uversiertversierdehebt versierd
hij, zij, hetversiertversierdeheeft versierd
wijversierenversierdenhebben versierd
jullieversierenversierdenhebben versierd
zij, zeversierenversierdenhebben versierd