Vrijen

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikvrijvree;vrijdeheb gevreeën;heb gevrijd
jij, je, uvrijtvree;vrijdehebt gevreeën;hebt gevrijd
hij, zij, hetvrijtvree;vrijdeheeft gevreeën;heeft gevrijd
wijvrijenvreeën;vrijdenhebben gevreeën;hebben gevrijd
jullievrijenvreeën;vrijdenhebben gevreeën;hebben gevrijd
zij, zevrijenvreeën;vrijdenhebben gevreeën;hebben gevrijd