Wegbombarderen

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikbombardeer wegbombardeerde wegheb weggebombardeerd
jij, je, ubombardeert wegbombardeerde weghebt weggebombardeerd
hij, zij, hetbombardeert wegbombardeerde wegheeft weggebombardeerd
wijbombarderen wegbombardeerden weghebben weggebombardeerd
julliebombarderen wegbombardeerden weghebben weggebombardeerd
zij, zebombarderen wegbombardeerden weghebben weggebombardeerd