Wetten

Presens
*onvoltooid tegenwoordige tijd
Imperfectum
*onvoltooid
verleden tijd
Perfectum
*voltooid tegenwoordige tijd
ikwetwetteheb gewet
jij, je, uwetwettehebt gewet
hij, zij, hetwetwetteheeft gewet
wijwettenwettenhebben gewet
julliewettenwettenhebben gewet
zij, zewettenwettenhebben gewet